Woont ze nu achter de wolken?

 

Ik daal zachtjes af, mijn hoofd draait mee met de danspassen waarmee ik de trap afstuiter. Mijn lichtroze sokken dempen het geluid dat de houten trap eigenlijk zou moeten maken. De krakende trappen maken nu een geluid van kloppende handen op een doos. Gedempt, verdwaald in de lucht vol met trillingen.
Mijn rechterhand glijdt over de houten leuning, ik ben bijna beneden, maar mijn hoofd zit nog steeds ergens anders.


Het is ochtend, tien uur tweeëndertig als ik precies mag zijn. Zachtjes open ik mijn ogen en staar ik even dromerig naar het plafond, ik vul mijn longen met de lucht die nog in de kamer ronddartelt van gisterenavond. Oh, gisterenavond. Gisterenavond zat ik nog naar de zonsondergang te staren, op de vensterbank, met een kopje warme chocolademelk en een goed boek in de andere hand. De hemel kleurde vuurrood en het leek alsof er weer onnodig bloed was vergoten. Of sinterklaas was een beetje laat dit jaar. Alles was mogelijk, ik droomde dolfijnen in de lucht, of kreeften en prinsessen en liefde. Ik droomde een beetje weg, ik flitste mezelf even naar een andere plaats.

Het was adembenemend mooi. Misschien een beetje té overweldigend als je het zo in je eentje mag bekijken. Ik had het graag met iemand gedeeld.
Opnieuw adem ik in, de lucht komt weer binnen. Ik doe het nog een keer, en nog eens, en nog eens.
Niemand zal begrijpen dat ik bij iedere portie lucht mijn longen vul met moed. Voor anderen zal het gewone lucht zijn, maar voor mij… Voor mij is het de moed die ik inadem.Snel ga ik rechtop zitten en wikkel ik het deken om me heen. Verdwaasd kijk ik rond. Op mijn vloer liggen nog enkele vuile penselen en boeken, heel erg veel boeken. In de hoek van de kamer staat hetgeen wat ik gisteren heb geschilderd. Mijn beklemmend gevoel wordt er in weerkaatst.
Mijn vloer is een puinhoop, eigenlijk zou ik het eens moeten opruimen, maar ik kom er nooit toe. Mijn fantasie is te ruim, ik zal dus zeker geen tijd hebben om ook nog aan opruimen te doen. Alles ligt rommelig, en het laat me zo allemaal een beetje aan mezelf denken. Rommelig. Ik glimlach. Typisch.
Doorheen een opening in de gordijnen komt de zon naar binnen, het wordt een mooie dag.
Na nog eens enkele keren diep in te ademen, heb ik nu echt wel voldoende moed in mezelf zitten. Ik sta op en grijp naar mijn gordijnen, trek ze met een stevige ruk open en laat de zon nog eens extra op mijn lichaam stralen. Ik lach, geweldig vind ik het.

Snel loop ik de trap af waardoor ik doffe geluiden maak op de houten planken. Eenmaal beneden snuif ik al snel de geur van koffiebonen naar binnen. De platenspeler staat in de hoek en met veel precisie hef ik de naald op waardoor mijn plaatje begint te draaien. Op de zetel ligt mijn rugzak en mijn camera, mijn schetsboek en nog een reeks penselen. Vluchtig gooi ik alles in de rugzak.
Dit word een zorgeloze dag.

Ik ren opnieuw de trap op nadat ik enkele boterhammetjes en een tasje koffie heb binnen gesmikkeld. Mijn tanden poetsen, haren in een warrige dot, lievelingsbroek en dikke trui aan, en eenmaal dat ik dat heb gedaan, ben ik klaar om te gaan.
Beneden gooi ik de rugzak op mijn rug, terwijl ik de camera rond mijn nek vouw. De voordeur sluit.

Ik ren, ren, ren. Mijn voeten doen al pijn als ik eenmaal op het hoogste punt van de stad sta. Achter me liggen enkel velden en voor me kan ik zover uitkijken over de lichtjes in de rode ochtendzon. Zalige plek.
Ik ren opnieuw, steeds sneller en sneller, doorheen de rietvelden terwijl mijn rommelige dot bij iedere schok op de grond weer wat losser komt. Mijn vingers strelen de uiteinden van het riet en mijn dot staat op het punt om te springen tot een bos weelderige gouden haren.
Ik sluit mijn ogen, ik sluit mijn ogen en loop door, ik lach, ik dans rondjes in de velden, ik leef. Neen, ik vlieg.
Doorheen de velden ren ik… ik ren. Het is onwaarschijnlijk. Ik hoor zoveel dingen, zoveel dingen in mijn hoofd, zoveel moed stroomt door mijn lichaam. Alles word even te veel, gewoon echt té veel. Ik stuik in elkaar. Mijn ogen draaien, mijn knieën knikken, alles voelt zwaar.

Mijn hoofd raakt de grond en wanneer ik uiteindelijk wakker word, lig ik nog steeds op dezelfde plek. In het riet vormt zich nu mijn silhouet, helemaal platgedrukt en gebroken. Er is niets aan de hand, althans dat denk ik. Het zit allemaal in mijn hoofd, dit is slechts een desillusie van de tijd. Een desillusie van mijn gevoelens. Ik leef niet meer, of doe ik dat wel?
Ik sta op, er is niets. Er zal ook niets zijn. Opnieuw loop ik verder en verder en verder. Ik ben niet van plan om terug te keren, niet met alle pijn, met alle gedachten en zonder een klein beetje moed. Ik keer niet terug.

Na enkele minuten lopen ben ik compleet buiten adem, opnieuw begint mijn hoofd te draaien. Ik stop. Ik kijk om me heen, “het is niets, loop verder”, gaat het vanbinnen in mijn hoofd. Ik voel me bekeken, enorm bekeken. Dit is niet iets wat in mijn hoofd zit, dit is echt. Het kan niet. Het kan gewoon niet dat dit in mijn hoofd zit.
Een knal doet me uit mijn gedachten ontwaken, mijn ogen sperren zich wagenwijd open, mijn instinct zet me weer aan het lopen. Mijn gedachten gaan iedere seconde weer naar jou, naar hoe enorm ik je nu nodig heb. Maar je zal niet komen, je zal nooit meer komen. Ik ben bang, zo ontzettend.
Ik ren niet meer, nu spurt ik. Ik loop zo snel als ik maar kan, de knallen laten me iedere keer weer meer beven maar de adrenaline blijft hoog.
Knal één, knal twee, knal drie. Raak.
Ik val, ik val diep. Ik val zo diep dat ik de grond nauwelijks kan voelen, zo diep dat ik mijn ogen niet meer openen kan. Ik huil, ik huil enorm. Wat is er toch gebeurd?

Mijn vragen worden opnieuw opgevolgd door knallen, heel veel knallen. Nu vallen ze niet meer te tellen. Mijn vlucht werd beëindigd, mijn vliegen met springende haren en open armen werd gestopt. Ik vlieg niet meer.

Totdat ik ontwaak.


Voor mijn lessen Nederlands moest ik een verhaaltje schrijven, een verhaaltje dat iedereen een beetje zou laten nadenken. Mijn gevoelens worden hier voor een groot deel in geuit, maar dit is niet echt. Dit is een fantasie die zich in mijn hoofd afspeelt, een fantasie die ik nu heb neergepent, een fantasie die niet langer alleen in mijn hoofd bestaat.
Een fantasie die ik nu dus met jullie deel.

Wat vind je ervan? Zou ik het vaker moeten doen, zo verhaaltjes schrijven? 

Liefs, Amber

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s